Tips

U kunt de onderhoudskosten beperken door voorzorgmaatregelen te nemen. Hier volgt een overzicht van de meest voorkomende maatregelen.

Centrale verwarming
Beter Wonen laat de verwarmingsketel die bij uw woning hoort regelmatig controleren en schoonmaken, in elk geval één keer per 18 maanden. U moet er zelf voor zorgen dat er genoeg water in de installatie zit en dat de installatie regelmatig wordt ontlucht. Om dit goed te kunnen doen, krijgt u van Beter Wonen een ontluchtingssleutel, een vulslang en een instructie bij de installatie.

Doet zich toch een storing voor? Controleer dan voordat u contact opneemt met Beter Wonen eerst de volgende punten:
- Zit de stekker van de ketel in het stopcontact?
- Is er een stroomstoring opgetreden?
- Wordt er gas geleverd?
- Brandt de waakvlam?
- Zit er genoeg water in de installatie?
- Staat de ketelthermostaat goed ingesteld?
- Staan de radiatorkranen open?
- Draait de waterpomp van de ketel (zo ja, dan voelt u een lichte trilling)?
- Is de kamerthermostaat op de goede temperatuur ingesteld?

Waterdruk
Controleer of er voldoende waterdruk is in de installatie. Dit kunt u aflezen op de manometer bij de ketel of elders in de installatie. Op de manometer zit een zwarte wijzer die de waterdruk aangeeft. Als deze zwarte wijzer onder de rode wijzer zakt, moet u zelf water bijvullen.

Bijvullen en ontluchten
Bijvullen 
Schakel de circulatiepomp uit. Raadpleeg hiervoor de instructies die bij het type ketel horen.
In het leidingnet in de keuken of douche bevindt zich de vul- en aftapkraan. Sluit de vulslang met 
koppeling hierop aan en sluit het andere einde van de slang aan op de waterkraan.
Open de waterkraan en draai de koppeling van de vulslang iets los tot er water ontsnapt. De aanwezige
 lucht in de vulslang is dan voor een groot gedeelte verdwenen.
Draai de koppeling weer vast en open de vul-/aftapkraan een kwartslag met de bijbehorende sleutel. Voer de waterdruk op tot 1,5 atmosfeer. 
Draai de waterkraan en de vul-/aftapkraan weer dicht. Als de waterdruk voldoende is: koppel de vulslang af en schakel de circulatiepomp weer in.

Ontluchten 
Schakel de circulatiepomp uit. Raadpleeg hiervoor de instructies die bij het type ketel horen. 
Open de ontluchtingskraantjes op de radiatoren met een sleuteltje één voor één tot er water ontsnapt. Begin altijd beneden. 
Als de installatie is ontlucht: koppel de vulslang af en schakel de circulatiepomp weer in. 
Herhaal indien nodig het ontluchten na enkele dagen.

Als u in de installatie een borrelend geluid hoort, betekent dit dat de installatie in ieder geval moet worden ontlucht en zo nodig bijgevuld. Een radiator die borrelt? Draai voor het ontluchten eerst de radiatorkraan dicht.

Instellen ketelthermostaat
Hiermee regelt u de temperatuur van het water dat door de radiatoren stroomt. Stel de temperatuur in op 80°C. Nieuwere typen ketels stellen automatisch de beste temperatuur in.
Kamerthermostaat
De kamerthermostaat heeft als doel om de gewenste temperatuur in de woonkamer te verkrijgen. Controleer bij een storing eerst of de kamerthermostaat hoger staat ingesteld dan de werkelijke temperatuur in de woonkamer is.

Algemene tips
- Controleer bij een storing altijd of er een zekering bij de elektriciteitsmeter is doorgeslagen.
- Zorg voor voldoende ruimte om de cv-ketel. U voorkomt hiermee brandgevaar en het niet goed
  functioneren van de ketel. Als het branderbed niet genoeg luchttoevoer krijgt, ontstaat er roetvorming in
  de ketel. Dat leidt weer tot onvoldoende verbranding en veel onnodig gasverbruik. Voorkomen is beter
  dan blussen!
- Draai de radiatorkranen van tijd tot tijd open en dicht als ze niet veel gebruikt worden. Zo voorkomt u
  dat kranen gaan vastzitten.
- Voorkom bevriezing van het verwarmingssysteem:
  .  Zet bij vorst alle radiatoren een beetje open.
  .  Wanneer u in de periode tussen oktober en maart verhuist, schakel dan de cv-ketel niet uit en laat
     de thermostaat op 10°C staan.
  .  Denk hier ook aan als u om andere redenen in deze periode voor langere tijd afwezig bent.
     De kosten ten gevolge van bevriezing kunnen behoorlijk oplopen en zijn voor uw rekening.

Storing cv
Controleer bij een storing altijd het displayvenster van de ketel. Probeer de resetknop één keer. Raadpleeg in ieder geval altijd de instructies die bij de cv-ketel horen. Blijft de storing bestaan, noteer dan de storingscode (deze staat in het displayvenster). Geef de code door bij het melden van uw reparatieverzoek. Als uw woning is aangesloten op een collectieve verwarmingsinstallatie, hoeft u alleen af en toe de radiatoren te ontluchten.

Ventilatie
Vochtproblemen kunt u voorkomen door dagelijks goed te ventileren. Maak bewust gebruik van uitzetraampjes, ventilatierooster of uw mechanische ventilatie. Ontluchtingsopeningen op zolder, in de badcel of in de keuken moet u beslist openlaten. Alleen zo kan er steeds voldoende frisse lucht in uw huis komen en kan de lucht met waterdamp (leefvocht) en geuren worden afgevoerd.
Als u niet goed ventileert, duurt het opwarmen van uw woning veel langer. Vochtige lucht is namelijk moeilijker op te warmen.
Vergeet tijdens het ventileren vooral niet de kachel laag te zetten (of de thermostaat 5°C lager te zetten).
Koude lucht kan minder waterdamp bevatten dan warme lucht. Als u ’s nachts de verwarming lager zet, kan door temperatuurdaling de waterdamp in de lucht op een koude plek in de woning ‘neerslaan’. U kunt dit voorkomen door ’s avonds voor het naar bed gaan te ventileren. Zet eerst de kachel lager of draai de thermostaat 5 graden naar beneden en ventileer dan een kwartier lang door bijvoorbeeld een raam of deur flink op een kier te zetten. Zet ’s nachts in uw slaapkamer een raam op een kier. Als het ondanks voldoende ventileren toch vochtig blijft in uw woning, kan dat verschillende oorzaken hebben. Enkele mogelijkheden:
- U stookt op zo’n lage temperatuur dat het vocht in huis niet helemaal verdampt en dus via ventilatie
  niet wegtrekt.
- De ventilatiekanalen in uw woning zijn verstopt.
- In uw woning wordt zoveel vocht geproduceerd dat u het ook met goed ventileren niet meer kwijt raakt.
  In zo’n geval zult u moeten proberen de vochtproductie in uw woning te beperken door bijvoorbeeld uw
  wasgoed buiten te drogen en te ventileren tijdens douchen en koken.

Maatregelen om legionellabesmetting te voorkomen
Legionella is een ziekte die veel weg heeft van een ernstige longontsteking. Ouderen en mensen met een slechte weerstand kunnen eraan overlijden. De legionellabacterie vermenigvuldigt zich in stilstaand water bij een temperatuur tussen 20°C en 60°C. Boven de 60°C gaat de bacterie dood. In water dat kouder is dan 20°C blijft de bacterie in leven maar hij vermenigvuldigt zich niet.
De bacterie komt binnen via een nevel, bijvoorbeeld bij het douchen. Als u langere tijd de waterleiding niet hebt gebruikt, kunt u besmetting voorkomen door de warmwaterkraan ongeveer 10 minuten te laten lopen. Spoel ook de doucheslang door. Adem vooral de nevel niet in. Houd de douchekop bijvoorbeeld in een emmer. Als u dit hebt gedaan, kunt u weer veilig douchen.

Wintermaatregelen
Als huurder moet u bevriezing van waterleidingen en leidingen van de centrale verwarming voorkomen. Zorg daarom bij vorst dat uw kamerthermostaat niet te laag staat, minimaal op 16°C. Verder kunt u waterleidingen die tegen de buitenmuur of in de kruipruimte van uw woning lopen tegen vorst beschermen. U kunt ze afdekken met warmte-isolerend materiaal of leeg laten lopen en afsluiten.
Leidingen die in gemeenschappelijke ruimten lopen, moeten ook tegen vorst worden beschermd. Maak hierover afspraken met uw medebewoners. Lukt dat niet, neem dan contact op met Beter Wonen en vraag naar uw wijkopzichter of de consulent Woonzaken van uw wijk.

Schoorsteenvegen
Bewoners van eengezinswoningen en boven- en benedenwoningen met een gas- of houtkachel moeten eens per jaar de schoorsteen laten vegen om schoorsteenbrand te voorkomen.

Maatregelen bij schade aan de woning
Uw woning is door Beter Wonen tegen schade door storm en brand verzekerd. Meld dergelijke schade zo snel mogelijk bij Beter Wonen.
Maak de kans op schade zo klein mogelijk. Dit kan bijvoorbeeld door bij storm ramen en deuren op tijd te sluiten, voorzichtig te zijn met open vuur en nooit te roken in bed!

Maatregelen bij schade aan de inboedel
Water-, rook-, diefstal- en andere schades aan de inboedel worden niet door de verzekering van Beter Wonen gedekt. Alleen de onroerende goederen zijn door Beter Wonen verzekerd. Sluit daarom zelf een uitgebreide brand- en inboedelverzekering af.

Deze tips vindt u terug in de folder
‘Onderhoud van uw woning’